Het einde van de Zweedse coalitie, maar België had wel eens eerder een

Leo Tindemans ging in het voorjaar van 1974 van start met een regering van CVP/PSC en PVV/PLP, die geen meerderheid had in de Kamer. De ploeg kon enkele maanden overleven omdat de regionale partijen zich onthielden bij de stemmingen. De twee partijen startten besprekingen op voor een staatshervorming, maar hun project slaagde niet en in juni 1974 werd de coalitie al aangevuld met het Rassemblement Wallon (RW).

Gaston Eyskens leidde van 26 juni 1958 tot 6 november 1958 de misschien wel bekendste minderheidsregering in de Belgische geschiedenis. Liberalen noch socialisten bleken veel te voelen voor een regering met de CVP, die de verkiezing had gewonnen. “(Socialist) Max Buset dacht dat ik er het bijltje bij neer zou leggen”, zegt Eyskens daarover in zijn memoires. “Maar dat was buiten de waard gerekend! Na het herhaalde weigeren van de socialisten en de liberalen besloot ik zonder meer een minderheidsregering te vormen.”

De vertrouwensstemming in de Kamer was een dubbeltje op zijn kant, maar Eyskens wist twee liberalen en VU’er Frans Van der Elst te overtuigen om hem te steunen.

De minderheidsregering kon in 1958 de schoolstrijd tussen het katholieke en het officiële onderwijs beëindigen. Eyskens richtte een commissie op waarin de voorzitters van de socialistische en de liberale partij waren vertegenwoordigd. Samen wisten ze tot een oplossing te komen, die onder meer het inschrijvingsgeld in het secundair afschafte.

Als gevolg van de samenwerking rond het Schoolpact konden de liberalen tot de regering toetreden. Zonder die uitbreiding was volgens Eyskens geen oplossing mogelijk voor grote hervormingen in de sociale zekerheid en de reorganisatie van het leger.

“Moeilijk werkbaar”

Volgens politicoloog Nicolas Bouteca maakt het concept van een minderheidsregering geen deel uit van het Belgische politieke DNA. “In de Scandinavische landen komt het wel vaker voor, maar in België zit het niet in de traditie.”

Bouteca wijst erop dat er nog een begrotingscontrole moet gebeuren, waarin mogelijk enkele forse besparingen zullen moeten zitten. “Wie in de oppositie moet daar dan steun voor leveren?”, vraagt hij. “N-VA zal er alleszins niet veel zin meer in hebben.”

Ook het dossier van de zware beroepen passeert mogelijk nog deze legislatuur. “Open Vld ziet het totaal niet zitten om bijvoorbeeld alle leerkrachten tot de zware beroepen toe te laten. De andere coalitiepartners zouden dan op zoek kunnen gaan naar steun bij Groen en SP.A. Het zou interessant zijn, maar moeilijk werkbaar.”